Actualiteiten

Wijziging van ondergeschikte aard van een bouwplan

In de uitspraak van 2 maart 2016 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2016:554) komt de vraag aan de orde of in een bouwplan aangebrachte wijzigingen van ondergeschikte aard zijn. 

Mogelijk is om na de indiening van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen (artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder a van de Wabo) wijzigingen aan te brengen in het bouwplan, mits het gaat om wijzigingen die van ondergeschikte aard zijn.

Als een wijziging ertoe leidt dat op het bouwplan alsnog de kruimelgevallenregeling (bijlage 2 artikel 4 Besluit omgevingsrecht) van toepassing is in plaats van een reguliere uitgebreide afwijkingsprocedure, dan maakt dit niet dat er geen sprake meer is van een wijziging van ondergeschikte aard en hoeft er geen nieuwe aanvraag ingediend te worden.

Uitgangspunt is dat volgens vaste rechtspraak van de Afdeling het bevoegde gezag (doorgaans het College van B en W) gerechtigd en soms zelfs verplicht is om de indiener van een aanvraag van een omgevingsvergunning om te bouwen, de gelegenheid te bieden zijn aanvraag zodanig te wijzigen of aan te vullen dat geconstateerde beletselen voor vergunningverlening worden weggenomen. Het moet dan wel gaan om wijzigingen van ondergeschikte aard, waarvoor volgens de rechtspraak van de Afdeling geen nieuwe bouwaanvraag nodig is. In de kwestie aan de orde in de uitspraak ging de discussie over de vraag of de wijzigingen van ondergeschikte aard zijn. De Afdeling overweegt daarover het navolgende:

"De rechtbank heeft terecht overwogen dat het in relatie tot het totale bouwplan om, in bouwtechnisch en stedenbouwkundig opzicht, beperkte wijzigingen gaat. Ook de uiterlijke verschijningsvorm van het gebouw wijzigt niet in relevante zin. De rechtbank is, gelet hierop, terecht tot het oordeel gekomen dat het om wijzigingen van ondergeschikte aard gaat. Dat, (zoals appellante aanvoert), de aanpassing van de gevel ertoe heeft geleid dat op het bouwplan alsnog artikel 4 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (de kruimelgevallenregeling) en daarmee sub ten tweede in plaats van sub ten derde van artikel 2.12, eerste lid, onder a, van de Wabo- van toepassing werd, maakt dat niet anders. Dit past binnen de hiervoor genoemde vaste jurisprudentie, die is bedoeld om de mogelijkheid te bieden beletselen voor vergunningverlening weg te nemen, zonder dat een geheel nieuwe aanvraag moet worden ingediend.

Indien een wijziging van een bouwplan onder de kruimelgevallenregeling valt, betekent dit niet dat de wijziging daarom niet van niet-ingrijpende aard is. De wijziging kan volgens de Afdeling als niet-ingrijpend aangemerkt worden, zodat er voor de wijziging geen nieuwe aanvraag hoeft te worden ingediend. 

Dit bericht is geplaatst op Dinsdag 15 maart 2016 .

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met: