Actualiteiten

Verhuurder aansprakelijk voor schade die huurder lijdt als gevolg van een gerechtelijke ontruiming

In het arrest van 20 februari 2018 van het Gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2018:224) heeft het Gerechtshof een oordeel moeten geven over de vraag of de verhuurder aansprakelijk is voor de inboedel die door de deurwaarder na ontbinding van de huurovereenkomst uit het gehuurde ontruimd en vernietigd is.

 

De rechtsoverweging 9 is mijns inziens het meest interessant.

 

Daar overweegt het Gerechtshof het navolgende:
"Het Hof stelt het volgende voorop. Huurder vordert schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad dan wel op grond van zaakwaarneming. De stelplicht en bewijslast rusten op huurder. Daarnaast overweegt het Hof als volgt.

 

Het ontruimingsvonnis geeft de verhuurder het recht (en verschaft hem een geldige titel) om te ontruimen. Wanneer de verhuurder tot ontruiming wil overgaan, moet hij deze zorgvuldig laten verlopen en heeft hij daarbij de verplichting rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van huurder. Als een huurder desondanks schade lijdt komt dat voor rekening van de huurder, nu daarvoor een rechtvaardiging bestaat in de geldige titel tot ontruiming".

 

Aldus heeft te gelden dat de schade die de huurder lijdt als gevolg van de ontruiming van de huur, het gehuurde in beginsel voor rekening en risico van huurder komt.


Uit het arrest blijkt vervolgens dat, indien en voor zover aan huurder een termijn is gegeven om zelf te kunnen ontruimen, maar huurder dat nalaat, er zeer bijzondere omstandigheden gesteld en bewezen moeten worden door de huurder, wil de civiele rechter overgaan tot een toekenning van een schadevergoeding.

 

 



Dit bericht is geplaatst op Woensdag 18 april 2018 .

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met: