Actualiteiten

Is het nog steeds mogelijk een huurovereenkomst woonruimte te sluiten met een minimale looptijd?

Onlangs schreef ik een artikel in het kader van de Wet doorstroming huurmarkt 2015 en de mogelijkheid tot tussentijdse opzegging van een tijdelijke huurovereenkomst door de huurder. Daarin valt te lezen dat een verhuurder per 1 juli 2016 een huurovereenkomst woonruimte kan sluiten voor een bepaalde tijd van maximaal twee jaar (voor zelfstandige woonruimte) of vijf jaar (voor onzelfstandige woonruimte) en dat de huurder een dergelijke huurovereenkomst tussentijds kan opzeggen. 

In het verlengde daarvan rijst de vraag of het in het kader van deze nieuwe wetgeving nog mogelijk is om een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd af te sluiten, met daarin een bepaling dat de huurovereenkomst voor minimaal een bepaalde periode heeft te gelden, binnen welke periode de huurder niet kan opzeggen. Met name in commerciële huurovereenkomsten worden dit soort clausules vaak opgenomen, teneinde te voorkomen dat huurders de betreffende huurovereenkomst slechts voor zeer korte tijd aangaan en de verhuurder steeds met kosten wordt geconfronteerd in het kader van het aangaan van nieuwe huurovereenkomsten, het opleveren van woningen en het zoeken naar nieuwe huurders. 

In een brief van Minister Blok aan de Tweede Kamer van 5 december 2016, heeft de minister op vragen over dit onderwerp geantwoord. De minister stelt in deze brief:

"Ik heb met de introductie van de tijdelijke huurcontracten voor bepaalde tijd niet beoogt afbreuk te doen aan de gangbare praktijk onder commerciële verhuurders van het hanteren van een minimum contractsduur. Ik heb hiermee slechts beoogd een nieuwe vorm van tijdelijke huur van woonruimte te introduceren. De mogelijkheid van het afsluiten van tijdelijke huurovereenkomsten, zoals geïntroduceerd met de Wet doorstroming huurmarkt is bedoeld als een aanvulling op de bestaande mogelijkheden van verhuur. Ik acht het dan ook niet noodzakelijk om de wet op dit punt te verduidelijken.

"Ik kan mij voorstellen dat het voor verhuurders van belang kan zijn om enige garantie te hebben omtrent de minimum duur van de huurovereenkomst, met het oog op de kosten die met (frequente) mutatie van huurders gemoeid zijn.

De minister geeft derhalve aan dat een verhuurder er nog steeds voor kan kiezen om niet een tijdelijke huurovereenkomst te sluiten, maar een huurovereenkomst te sluiten voor onbepaalde tijd, waarbij de huurder derhalve de normale huurbescherming geniet, met daarin opgenomen een minimale contractsduur.  

Aangaande dit onderwerp zijn mij nog geen rechterlijke uitspraken bekend en derhalve is het niet duidelijk of rechters deze uitleg van de minister gaan volgen. Ik ga er echter van uit dat het ook onder de vigeur van de Wet doorstroming huurmarkt 2015, mogelijk blijft om huurovereenkomsten woonruimte te sluiten voor onbepaalde tijd, met een minimale contractsduur. Daarbij dienen verhuurders zich wel te realiseren dat het van belang is om in de huurovereenkomst aan te geven of sprake is van een tijdelijke huurovereenkomst, waarop niet de normale huurbeschermingsregeling van toepassing is, dan wel van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd, met een minimale contractsduur.

Dit bericht is geplaatst op Maandag 13 februari 2017 .

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met: