Actualiteiten

Vrijspraak witwassen

Het gerechtshof Den Haag sprak op 22 december 2017 een verdachte vrij van het witwassen van ruim € 126.000,- en een auto.  

Kennelijk trof de politie in de auto bij de verdachte een geldbedrag aan van ruim € 126.000,-. Uit de uitspraak is af te leiden dat de verdachte niet gelijk kon verklaren hoe hij aan het geld en de auto kwam en wat de herkomst ervan was. Zowel het geld als de auto werden in beslag genomen en er volgde een vervolging voor witwassen van het geld en de auto.  

Het gerechtshof oordeelde dat het aantreffen van het geld in de auto in combinatie met de eerste verklaring van de verdachte een vermoeden van witwassen kan rechtvaardigen. Als zo’n vermoeden bestaat, dan is het aan de verdachte om een verklaring over de herkomst van het geld en de auto te geven die ‘concreet, min of meer verifieerbaar en niet hoogst onwaarschijnlijk is’. Als die verklaring is gegeven, dan is het aan het OM om uit te zoeken of deze verklaring juist is. Het gerechtshof moet dan vervolgens beoordelen of met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat het geld en de auto een andere dan een legale herkomst hebben. Als de gegeven verklaring aannemelijk is, dan kan automatisch niet met zekerheid worden vastgesteld dat het geldbedrag en de auto dus een illegale herkomst heeft. Als de verklaring niet klopt, dan mag het gerechtshof oordelen dat deze verklaring onvoldoende aannemelijk is geworden en dat het dus niet anders kan dan dat het geldbedrag en de auto van misdrijf afkomstig zijn.   

De verdachte gaf na de inbeslagneming alsnog een verklaring over de herkomst van het geldbedrag. Deze hield in dat het geld afkomstig was uit zijn bedrijfsomzet en persoonlijke en zakelijke leningen. Het gerechtshof vond deze verklaring voldoende concreet, min of meer verifieerbaar en niet hoogst onwaarschijnlijk. Uit de uitspraak valt niet af te leiden of het OM onderzoek heeft verricht naar de verklaring. Het gerechtshof oordeelde vervolgens dat niet met voldoende mate van zekerheid kon worden vastgesteld dat het geldbedrag en de auto geen legale herkomst hadden. Het stond voor het gerechtshof dus niet vast dat het geld zwart was en dat de auto gekocht was met zwart geld, ondanks het feit dat de handgeschreven boekhouding van de verdachte niet geheel sluitend was en er verschillen bestonden tussen die boekhouding en die van de accountant. Die omstandigheden waren voor het gerechtshof onvoldoende om aan te nemen dat het ging om zwart geld.  

Het gerechtshof merkte daarbij nog op dat het gegeven dat de verdachte wellicht een deel van de bedrijfsomzet buiten het zicht van de fiscus wilde houden, een verklaring kan zijn voor de rommelige boekhouding. Maar ten tijde van de inbeslagneming had het bedrijf nog geen belastingaangifte gedaan of hoeven te doen, dus dat levert nog geen strafbaar feit op. En als er geen strafbaar feit is gepleegd waar het geld van afkomstig is, dan is er dus geen sprake van witwassen.  

De verdachte kreeg het geldbedrag en zijn auto terug.   

Bron:ECLI:NL:GHDHA:2017:4128 

Dit bericht is geplaatst op Woensdag 14 maart 2018 .

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met: