Actualiteiten

Strafvervolging na oplegging bestuurlijke boete is mogelijk

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in een uitspraak van 2 maart 2016 bepaald dat een verdachte door het Openbaar Ministerie (OM) vervolgd mag worden, ondanks dat hem reeds eerder een bestuurlijke boete was opgelegd. 

Deze uitspraak sluit aan bij het eerdere bericht op deze website over het oordeel van het gerechtshof 's-Hertogenbosch dat strafrechtelijk vervolgd mocht worden nadat een subsidiekorting was opgelegd wegens overtreding van het Varkensbesluit.

In deze nieuwe zaak is eerst aan de betrokkene een vergrijpboete opgelegd wegens het met grove schuld onjuist opgeven van partneralimentatie in belastingaangiften over de jaren 2007 en 2008. Vervolgens is hij strafrechtelijk vervolgd ter zake het opzettelijk onjuist melding maken van de aftrekbare hypotheekrente- en zorgkosten in diezelfde aangiften.

Het is dus de vraag of de betrokkene wel vervolgd mocht worden nadat hij eerder al 'gestraft' was met de vergrijpboete. Ten tijde van het doen van deze aangifte bevatte de belastingwet namelijk een verbod om te vervolgen als reeds een vergrijpboete is opgelegd.

Het hof vindt dit verbod nu niet van toepassing. Ten eerste omdat het gaat om een ander verwijt. Omdat de inspecteur grove schuld als basis voor de boete hanteerde en het OM uitgaat van opzet, gaat het volgens het hof om een ander vergrijp. Dit was anders geweest als de belastinginspecteur was uitgegaan van een opzettelijke overtreding van de belastingwet. Als hij dan een bestuurlijke boete had opgelegd, dan was de strafrechtelijke weg afgesloten.

Ten tweede overweegt het hof dat de vergrijpboete is opgelegd wegens onregelmatigheden in de partneralimentatie, terwijl de strafvervolging zijn oorsprong vond in de hypotheekrente- en zorgkosten. Er is dan wel sprake van eenzelfde foutief ingediend belastingbiljet, maar de oplegging van een bestuurlijke boete en de strafvervolging zien beide op andere gedragingen.

De betrokkene, een accountant, is ter zake opzettelijke belastingfraude en valsheid in geschrift veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand en daarnaast een taakstraf van 180 uren.

De strikte scheidslijn tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke afdoening wordt steeds vager en de verplichting voor de overheid om te kiezen tussen deze mogelijkheden, steeds minder hard. Feit blijft dat men in een geval als hier aan de hand, het gevoel zal hebben twee keer bestraft te worden.

Dit bericht is geplaatst op Dinsdag 3 mei 2016 .

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met: