Actualiteiten

Strafrechtelijke immuniteit gemeente voor slechte staat van wegen?

Publiekrechtelijke rechtspersonen, zoals gemeenten, provincies of waterschappen, kunnen onder omstandigheden strafrechtelijk worden vervolgd ter zake van bijvoorbeeld ongelukken. Voor bepaalde gedragingen genieten zij echter strafrechtelijke immuniteit. De Hoge Raad wees recentelijk een interessant arrest over dit onderwerp.  

Sinds 1998 geldt de zogenaamde "Pikmeer II-jurisprudentie" van de Hoge Raad. Uit die jurisprudentie volgt dat de strafrechtelijke immuniteit van publiekrechtelijke rechtspersonen wordt beperkt en dat vervolging alleen is uitgesloten als "de desbetreffende gedraging naar haar aard en gelet op het wettelijk systeem rechtens niet anders dan door bestuursfunctionarissen kan worden verricht in het kader van de uitvoering van de aan het openbaar lichaam opgedragen bestuurstaak, zodat uitgesloten is dat derden in zoverre op gelijke voet als het openbaar lichaam aan het maatschappelijk verkeer deelnemen" (ECLI:NL:HR:1989:AA9342). Deze gedragingen worden ook wel exclusieve overheidstaken genoemd. Ter zake van zulke gedragingen is een vervolging van publiekrechtelijke rechtspersonen dus uitgesloten.  

Op 20 februari 2018 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen waarin de Pikmeer II-jurisprudentie wordt herhaald. Het is een cassatie in het belang van de wet. De rechtbank heeft in 2012 uitspraak gedaan in deze zaak. De Hoge Raad heeft, ondanks dat de uitspraak van de rechtbank onherroepelijk is, arrest gewezen omdat de advocaat-generaal hierom in 2017 heeft gevraagd. Hij vond het nodig dat de Hoge Raad zich uitliet over het oordeel van de rechtbank.  

Casus 

In 2009 zijn een motorrijdster en haar passagier om het leven gekomen bij een verkeersongeval. Het OM vervolgde de plaatselijke gemeente ter zake van dood door schuld en verweet die gemeente dat zij had nagelaten voldoende deugdelijk onderhoud te (laten) plegen aan het wegdek alsmede dat zij had nagelaten zodanige verkeersmaatregelen te treffen dat de veiligheid en gezondheid van weggebruikers werd gewaarborgd.  

De rechtbank nam aan dat het verkeersongeval is veroorzaakt doordat de motor is gaan stuiteren toen deze over een aantal hobbels in het wegdek reed. Die hobbels waren veroorzaakt door wortels van bomen in de berm. Het was de gemeente sinds april 2007 al bekend dat het wegdek in slechte staat was. Toen was immers een waarschuwingsbord met opschrift "slecht wegdek" geplaatst. De rechtbank oordeelde dat het nalaten van plegen van onderhoud aan het wegdek en het nemen van voldoende verkeersmaatregelen geen exclusieve overheidstaken zijn. De gemeente geniet aldus geen strafrechtelijke immuniteit. De gemeente werd overigens alleen veroordeeld ter zake van dood door schuld omdat zij naar het oordeel van de rechtbank ter plaatse onvoldoende verkeersmaatregelen ter plaatse had genomen. 

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad zegt allereerst dat het nemen van verkeersmaatregelen in de vorm van bijvoorbeeld een lokale snelheidsbeperking, een wegafzetting of plaatsing van waarschuwingsborden, enkel mogelijk is als een openbaar lichaam zoals de gemeente, een verkeersbesluit als bedoeld in artikel 18 lid 1 (oud) Wegenverkeerswet 1994 neemt. Op grond van andere regelgeving is het anderen dan openbare lichamen zelfs verboden om langs of boven de weg verkeerstekens aan te brengen. Dit systeem maakt naar het oordeel van de Hoge Raad dat het nemen van voor die verkeersmaatregelen vereiste besluiten naar haar aard en gelet op het wettelijk systeem, niet door anderen dan door bestuursfunctionarissen kan worden gedaan. Dit maakt dat de gemeente ter zake het nalaten van het treffen van verkeersmaatregelen strafrechtelijke immuniteit geniet en dus niet kan worden vervolgd. Het OM wordt op dit punt niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de gemeente. 

Voor wat betreft het plegen van onderhoud aan de weg, oordeelt de Hoge Raad dat op een gemeente enkel een zorgplicht rust met betrekking tot het wegbeheer. Dit volgt uit artikel 16 Wegenwet. Die zorgplicht betekent volgens de Hoge Raad echter niet dat het feitelijke onderhoud van de wegen naar zijn aard en gelet op het wettelijk systeem niet door anderen dan door bestuursfunctionarissen kan worden verricht. Met andere woorden: ondanks dat de gemeente een zorgplicht heeft om het wegdek te onderhouden, betekent dit niet dat het een exclusieve overheidstaak is. De gemeente geniet in dat geval dus geen strafrechtelijke immuniteit en kon dus wel vervolgd worden.  

Bron: Hoge Raad, 20 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:236




Dit bericht is geplaatst op Vrijdag 2 maart 2018 .

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met: