Actualiteiten

Nadelige gevolgen voor verstrekking van een verklaring omtrent gedrag (VOG)

Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 31 maart 2016 een man veroordeeld voor een gewelddadige diefstal. Ondanks dat de advocaat daarom vroeg, heeft het hof in de uitspraak geen overweging op willen nemen over de nadelige gevolgen van deze veroordeling voor het verkrijgen van een VOG. Een beslissing hierover is volgens het hof voorbehouden aan het Centraal Orgaan Verklaring Omtrent het Gedrag (COVOG). Deze instantie heeft namelijk op grond van beleidsregels, de ruimte om bijvoorbeeld persoonlijke omstandigheden van de aanvrager mee te laten wegen in de beslissing op de aanvraag van een VOG.

Uit deze beleidsregels (Staatscourant 2013, nummer 5409) volgt dat een aanvraag van een VOG wordt beoordeeld aan de hand van een objectief en een subjectief criterium.

Het objectieve criterium houdt in dat een afgifte van een VOG wordt geweigerd als het strafblad van de aanvrager aanleiding geeft tot het vermoeden dat de aanvrager in de toekomst wederom met politie en justitie in aanraking zal komen en een risico vormt voor de samenleving als hij dan het beroep uitoefent waarvoor hij de VOG heeft aangevraagd. Een veroordeling voor rijden onder invloed kan bijvoorbeeld een reden zijn om een VOG te weigeren als de aanvrager als taxichauffeur wil gaan werken.  

Het subjectieve criterium houdt in dat een VOG verstrekt kan worden als het belang dat de aanvrager heeft bij het verkrijgen van een VOG veel groter is dan het belang van de samenleving bij een weigering ervan. Daarvoor kijkt het COVOG naar de omstandigheden van het geval, zoals naar de straf die de aanvrager ooit heeft gekregen, het tijdsverloop sindsdien en de grootte van het strafblad. Dit criterium biedt volgens het hof dus ruimte voor het COVOG om, ondanks dat de aanvrager een strafblad heeft, toch een VOG te verstrekken.



Dit bericht is geplaatst op Vrijdag 22 april 2016 .

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met: