Actualiteiten

Mobiele telefoon in de auto

Op 7 maart 2018 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een kwestie over het gebruik van de mobiele telefoon tijdens het rijden.  

In deze zaak ging het om een automobilist die door de politie was beboet wegens het gebruik van de mobiele telefoon in de auto. De agenten die de bekeuring uitschreven, zagen naar eigen zeggen dat de automobilist met zijn linkerhand de telefoon bediende. De telefoon zat in een houder links van het stuur en de automobilist was zichtbaar bezig met zijn telefoon en keek hier ook naar toen zij hem passeerden.  

De automobilist heeft steeds verklaard dat hij zijn telefoon niet vasthield, zijn arm lag op de deurstijl lag, waardoor zijn hand automatisch dicht bij de houder van de mobiele telefoon kwam.  

Artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) verbiedt degene die een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een motor bestuurt, om tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden.  

Het hof stelt vast dat uit de verklaring van de politie niet kan volgen dat de automobilist zijn telefoon vast had. Daarom is het dus de vraag of het enkele bedienen van een telefoon onder het zojuist genoemde verbod van het RVV 1990 valt.  

Deze kwestie is eerder beoordeeld door de kantonrechter. Deze vond dat onder het begrip vasthouden ook moet worden verstaan ‘het met een hand bedienen van een telefoon terwijl deze geplaatst is in een telefoonhouder die is bevestigd op het dashboard’. De kantonrechter vond dat de automobilist het genoemde verbod dus had overtreden en de boete moest betalen. De automobilist is in hoger beroep gegaan van deze uitspraak.  

In hoger beroep heeft het hof geoordeeld dat de regelgever destijds bewust ervoor koos om slechts het vasthouden van de mobiele telefoon te verbieden. Dit betekent dat het niet verboden is om al rijdend een mobiele telefoon te bedienen als deze niet wordt vastgehouden. Voor zover het telefoneren of bedienen van een mobiele telefoon gevaarlijk wordt geacht, heeft de regelgever dit dus niet verboden. Als justitie vindt dat dit vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid strafbaar moet worden gesteld, dan zal justitie zich moeten richten tot de regelgever. Dit verkeersgedrag kan niet via artikel 61a RVV 1990 worden aangepakt. 

De automobilist hoeft de geldboete van € 230,- niet meer te betalen en hij krijgt een proceskostenvergoeding voor de kosten die hij in deze procedure heeft moeten maken.  

Toevalligerwijs heeft de minister van Justitie en Veiligheid op dezelfde dag een wetsvoorstel gepubliceerd waarmee hij bepaald gevaarlijk rijgedrag strafbaar wil maken en mogelijk wil maken dat er veel hogere straffen voor ernstige verkeersdelicten worden opgelegd. Het wetsvoorstel gaat nog steeds uit van het gebruik van de mobiele telefoon in de auto, terwijl deze wordt vastgehouden. Als het aan de minister ligt, wordt het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden, gezien als een misdrijf waarop een gevangenisstraf van 2 jaren staat. Het is alleen (nog) niet de reactie die justitie nodig heeft om op te treden in zaken als deze. 

Bron:ECLI:NL:GHARL:2018:2186

Dit bericht is geplaatst op Dinsdag 20 maart 2018 .

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met: