Actualiteiten

Invoering nieuwe wet voor de uitvoering van straffen

Op 1 januari 2020 is een nieuwe wet in werking getreden voor de tenuitvoerlegging van straffen, zoals het uitzitten van een gevangenisstraf, het uitvoeren van een werkstraf of de betaling van een geldboete.


Wat betekent deze wet voor de praktijk?

 

Voorheen voerde de Officier van Justitie (OvJ) straffen uit als iemand werd gestraft. In de nieuwe wet verschuift die verantwoordelijkheid naar het Ministerie van Justitie en Veiligheid. In de praktijk zal hier weinig van gemerkt worden. Iemand die een straf heeft gekregen, zal wel sneller dan voorheen die straf moeten ondergaan. Althans, dat is de bedoeling.

 

Gijzeling bij strafbeschikking

 

Als u een strafbeschikking krijgt, omdat u bijvoorbeeld een snelheidsovertreding hebt begaan, dan had u voorheen twee opties: u betaalde en was overal vanaf, óf u betaalde niet en werd gedagvaard voor de strafrechter.

 

De nieuwe wet geeft de OvJ echter de mogelijkheid om u voor één week te gijzelen, mits hij daarvoor toestemming krijgt van de strafrechter. Praktisch zult u waarschijnlijk door de politie worden aangehouden en worden overgebracht naar een cellencomplex of Huis van Bewaring.

 

Als de strafrechter die toestemming geeft, dan zal alleen de betaling van die strafbeschikking de gijzeling nog kunnen voorkomen of opheffen. Het is niet mogelijk om hoger beroep in te stellen tegen deze gang van zaken. En als de gijzeling erop zit, moet u de strafbeschikking nog steeds betalen.

 

Het is afwachten of de OvJ gebruik gaat maken van zijn nieuwe bevoegdheid en hoe dit in de praktijk uitpakt.

 

Conservatoir beslag voor beschikking

 

De nieuwe wet geeft de OvJ ook de bevoegdheid om zaken uit te winnen die conservatoir in beslag zijn genomen ter betaling van een strafbeschikking. Dit is opmerkelijk omdat de OvJ tegelijkertijd op grond van de wet niet de bevoegdheid heeft om zaken überhaupt voor dit doel conservatoir in beslag te nemen. Dat mag namelijk alleen voor de betaling van (i) een geldboete die door de strafrechter is opgelegd, (ii) wederrechtelijk verkregen voordeel en (iii) een schadevergoedingsmaatregel voor het slachtoffer. De strafbeschikking is nog niet aan dit rijtje toegevoegd. De OvJ kan dus nog geen gebruik maken van zijn nieuwe bevoegdheid. Het is afwachten of de wetgever dit in de toekomst aanpast.

 

Vordering TUL (TenUitvoerLegging)

 

Volgens de Rechtbank Gelderland kleeft er ook een gebrek aan deze wet. Volgens die rechtbank staat er nu geen hoger beroep open tegen de beslissing om een voorwaardelijk opgelegde straf ten uitvoer te leggen wegens het plegen van een nieuw strafbaar feit in de proeftijd. Dit is volgens de rechtbank in strijd met de het recht op vrijheid en een eerlijk proces. De zogenaamde vordering TUL is in die zaak om die reden afgewezen (ECLI:NL:RBGEL:2020:146).

 

De Hoge Raad heeft jaren geleden uitgemaakt dat een beslissing op een vordering TUL een eenheid vormt met het strafvonnis over de nieuwe strafbare feiten. De oude wetgeving bepaalde daarnaast dat hoger beroep openstond tegen zo'n beslissing als deze deel uitmaakte van een uitspraak over andere strafbare feiten. Die bepaling is in deze nieuwe wet inderdaad niet terug te vinden. Het is nog maar de vraag of dit vervolgens betekent dat de beslissing op een vordering TUL niet meer automatisch een eenheid vormt met het strafvonnis. Men stelt immers hoger beroep in tegen het hele vonnis.

 

Wordt vervolgd dus.



Dit bericht is geplaatst op Vrijdag 17 januari 2020 .

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met: