Actualiteiten

Huisvesting van varkens

De Hoge Raad heeft op 13 februari 2018 uitspraak gedaan in een economische strafzaak en daarin een oordeel gegeven over de huisvesting van varkens en wel over het begrip ‘oppervlakte van het dichte deel van de vloer’. 

Het OM verweet de verdachte zijn bedrijf varkens had gehuisvest terwijl de vloer van deze huisvesting niet voldeed aan de toen geldende regelgeving. Het dichte deel van de vloer van de huisvesting van de varkens bedroeg immers niet tenminste 1,3 m2.  

Op grond van artikel 35 lid 1 (oud) Gezondheids- en welzijnswet voor dieren in combinatie met de oude Varkensbesluiten, heeft de wetgever bepaald dat in een stal voor varkens zonder biggen, die in groepen worden gehouden, waarvan de vloer gedeeltelijk bestaat uit een roostervloer, de oppervlakte van het dichte deel van die vloer tenminste 1,3 m2 bedraagt.  

De verdediging heeft tegen het gemaakte verwijt aangevoerd dat de varkens van de verdachte wel over voldoende vierkante meters dichte vloer konden beschikken. De verschillende delen dichte vloer waren alleen niet aangesloten. De regelgeving stelt die eis ook niet. Bovendien staat niet vast dat de dichte delen tussen de hekjes niet mogen meetellen als aaneengesloten vloer.  

De Hoge Raad overweegt dat de genoemde regelgeving garandeert dat een varken over voldoende ligruimte op een dichte vloer beschikt. Daarom moet worden aangenomen dat onder ‘de oppervlakte van het dichte deel’ van de beschikbare vloer zoals hiervoor bedoeld, wordt verstaan het dichte deel waarop een varken vrij en dus zonder gehinderd te worden door enig obstakel, kan liggen. Voor het bepalen van de oppervlakte van de dichte vloer dienen daarom uitsluitend de aangesloten dichte delen van die vloer in aanmerking te worden genomen.  

Bron: Hoge Raad, 13 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:77

Dit bericht is geplaatst op Vrijdag 2 maart 2018 .

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met: