Actualiteiten

Growshops

De rechtbank Zeeland - West-Brabant te Breda is door de Hoge Raad teruggefloten toen hij naar aanleiding van een door een groothandel in verlichting, klimaatbeheersing en tuinbouw ingediend klaagschrift, de teruggave had gelast van een grote hoeveelheid in beslag genomen zaken, zoals pallets met ventilatoren, luchtafzuigers, lampen, henneptenten, droogrekken en droognetten. Deze waren in beslag genomen wegens de verdenking dat die groothandel aan growshops leverde en daarmee de bedrijfsmatige of grootschalige hennepteelt zou bevorderen, waarvoor door het nieuwe artikel 11a Opiumwet sinds 01.03.2015 een stokje gestoken wordt.

 

De rechtbank overwoog niet uit te sluiten dat er inderdaad aan growshops werd geleverd, terwijl men wist of ernstige redenen had om te vermoeden dat die goederen bestemd waren voor de beroeps- of beleidsmatige hennepteelt. De rechtbank vond echter dat er op dat moment onvoldoende aanwijzingen waren dat die groothandel ten aanzien van alle, dan wel een substantieel deel van de in beslag genomen goederen, had moeten weten, dan wel ernstige redenen had om te vermoeden, dat die goederen bestemd waren voor de beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt.

 

De Hoge Raad is het met deze beslissing niet eens omdat de rechtbank volgens de Hoge Raad aldus te ver vooruitloopt op de mogelijke uitkomst van een nog te voren procedure in de hoofdzaak, zodat de beslissing van de rechtbank niet begrijpelijk is.

 

De betreffende uitspraak vindt u hier: Hoge Raad, 30.08.2016, ECLI:NL:HR:2016:2006.



Dit bericht is geplaatst op Woensdag 14 september 2016 .

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met: