Actualiteiten

Bedrieglijke bankbreuk

Er is geen sprake van bedrieglijke bankbreuk in de zin van art. 341 lid 1 Wetboek van Strafrecht indien in geval van een faillissement van een rechtspersoon (bijvoorbeeld een B.V.) goederen aan die rechtspersoon onttrokken worden, die aan een derde toebehoren, nu dergelijke goederen rechtens niet onder het bereik en het beheer van de curator in het faillissement behoren te komen.

De betreffende uitspraak vindt u hier: HR 06.09.2016, ECLI:NL:HR:2016:2021.

Dit bericht is geplaatst op Woensdag 14 september 2016 .

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met: