Actualiteiten

Waarschuwing voortaan besluit?

Bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 2 mei 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1449), heeft de Afdeling bepaald, in afwijking van eerdere lijn, dat bepaalde waarschuwingen van bestuursorganen gelden als een besluit waartegen bezwaar en beroep openstaat.

 

Waarschuwingen die een voorwaarde zijn voor het (bij herhaling van een overtreding) toepassen van een andere sanctie zijn voortaan zogenaamd appellabel.

 

Voorafgaand aan de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de Advocaat-Generaal van de Raad van State, A.G. Widdershoven, een zogenaamde conclusie met daarin aanbevelingen voor de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ten aanzien van de vraag of een waarschuwing moet gelden als een appellabel besluit, opgesteld.

De Afdeling volgt in deze uitspraak de conclusie van de Advocaat-Generaal gedeeltelijk.

 

De Afdeling stelt dat een waarschuwing die gebaseerd is op een wettelijk voorschrift en als voorwaarde geldt voor toepassen van een sanctiebevoegdheid in bepaalde situatie en dus een essentieel onderdeel is van het sanctieregiem als een appellabel besluit is (rechtsoverweging 6.1 van de uitspraak). De Afdeling redeneert als volgt. Indien en voor zover de waarschuwing niet gegeven wordt is er geen bevoegdheid om bij een volgende overtreding een bestuurlijke sanctie op te kunnen leggen. Die bestuurlijke sanctie is niet mogelijk zonder een voorafgaande waarschuwing. De waarschuwing zorgt er derhalve voor dat er een wijziging van de rechtspositie van de belanghebbende teweeg gebracht wordt.

 

In de conclusie van A.G. Widdershoven worden ook andere waarschuwingen voorgedragen om als appellabel besluit aan te merken, bijvoorbeeld een waarschuwing die gegeven moet worden op grond van een beleid (niet wettelijke regeling). Volgens A.G. Widdershoven zou daarvoor moeten gelden dat een op beleidsregels gebaseerde informele waarschuwing geen appellabel besluit oplevert en niet bij de bestuursrechter zou worden aangevochten. Hij geeft aan dat een bestuursrechter deze waarschuwing in een aantal situaties voor de rechtsbescherming met een AWB-besluit gelijk zouden moeten kunnen stellen zodat beroep bij de bestuursrechter wel mogelijk is, omdat de alternatieve route om een gerechtelijk oordeel over die waarschuwing te krijgen van geval tot geval onevenredig bezwarend kan zijn. Het is dus afwachten wat de Afdeling doet met de overige categorieën waarschuwingen als besproken in de conclusie van A.G. Widdershoven.



Dit bericht is geplaatst op maandag 7 mei 2018.

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met: