Actualiteiten

Sociale media vs. relatie- en concurrentiebeding

Het gebruik van sociale media als Twitter, Facebook en LinkedIn is aan de orde van de dag. Sociale media is echter niet alleen meer een onderdeel van het sociale leven maar inmiddels ook van het bedrijfsleven. Steeds vaker duikt er dan ook rechtspraak op met betrekking tot sociale media en de overtreding van een relatie- en/ of concurrentiebeding. Bij de formulering van een dergelijk beding is het dan ook wellicht aan te bevelen rekening te houden met het gebruik van sociale media.

In de rechtspraak wordt nogal eens verschillend gedacht over overtreding van een relatie- of concurrentiebeding via sociale media. De reikwijdte van een relatie- of concurrentiebeding strekt dus niet per definitie uit tot handelingen in sociale media.

Uit een arrest van het Hof Amsterdam uit 2008 (Hof Amsterdam 24 juli 2008, JAR 2008, 313) volgt dat het werven van relaties van een concurrent (werving- en selectiebureau) via LinkedIn en Hyves verboden is omdat het werven van diens relaties is verboden in een vaststellingsovereenkomst. Er waren in dit geval individueel mails verstuurd door een partij waarin de relaties van een andere partij werden uitgenodigd van gedachten te komen wisselen over een samenwerking bij het vinden van een nieuwe baan. Er is volgens het hof in dit geval sprake van het actief werven van een relatie, ook al hadden de mails een standaardkarakter en zijn deze alleen naar relaties op LinkedIn verstuurd die hadden aangegeven open te staan voor een nieuwe werkomgeving. De werknemers zijn volgens de rechter immers door de mails op het idee gebracht om te solliciteren, waar zij zonder de mail waarschijnlijk niet toe waren overgegaan. Indien er alleen standaardinformatie was toegestuurd aan de relaties had het hof wellicht een ander oordeel gegeven.

Niet alleen het toesturen van een uitnodiging via mail of LinkedIn kan een overtreding van een relatie- of concurrentiebeding met zich meebrengen, maar ook het enkel toevoegen van een relatie aan een LinkedIn-netwerk kan dit ten gevolg hebben. In 2011(Voorzieningenrechter rechtbank Arnhem 8 maart 2011, JAR 2011, 127) oordeelde de rechter dat een ex-werknemer zijn relatiebeding had geschonden doordat hij na zijn uitdiensttreding een relatie van zijn voormalige werkgever aan zijn LinkedIn-netwerk had toegevoegd en er dus contact met die relatie werd onderhouden. Vanuit wie de LinkedIn- uitnodiging kwam, is hier niet duidelijk. De rechter baseert zijn oordeel slechts op een vermelding op LinkedIn dat de twee personen sinds kort verbonden zijn met elkaar via het medium.

Naast LinkedIn kan ook Twitter leiden tot een overtreding van een relatie- of concurrentiebeding. De aard van het twitterbericht dat verstuurd wordt is hierbij echter zeer bepalend. In 2012 acht het hof Den Haag (Hof 's-Gravenhage 21 februari 2012, JAR 2012,129) een algemene oproep via Twitter niet in strijd met het relatiebeding dat tussen een werknemer en oud-werkgever van kracht is. De werknemer was bij de oud-werkgever als recruiter in dienst en treedt na de opzegging van het dienstverband in dienst bij een concurrent, tevens in de functie van recruiter. Bij de nieuwe werkgever stuurt de werknemer een algemeen twitterbericht uit dat zij op zoek is naar zzp’ers op het gebied van finance. Met het versturen van dit bericht begeeft de werknemer zich volgens het hof op glad ijs, maar het maakt nog niet dat er gesproken kan worden over "onderhouden van zakelijke contacten” zoals in het relatiebeding verboden wordt. Het hof overweegt vervolgens dat ook het betrekken van zogenaamde ‘volgers’ de situatie niet anders maakt. Het volgen op Twitter is namelijk een eenzijdige actie die geïnitieerd is vanuit de eigenaar van een twitteraccount. Een uitnodiging en acceptie van een volger is niet noodzakelijk. Het hof bestempelt het twitteren als een moderne vorm van adverteren.  

In 2011 laat ook de rechtbank Arnhem (Rechtbank Arnhem 24 november 2011, JAR2012, 64) zich uit over het gebruik van Twitter met betrekking tot een relatiebeding. Een werknemer was werkzaam als recruiter en stapte over naar een nieuwe werkgever in dezelfde functie. De werknemer stuurt vlak voordat zij van werkgever veranderd een mail aan twee plaatsingskandidaten met daarin de boodschap dat zij van werkgever veranderd en wie haar nieuwe werkgever wordt. Daarna stuurt zij aan beide kandidaten nog verschillende mails en twitterberichten over onder andere een functie waarin een van de kandidaten mogelijk geplaatst kan worden. Ook vraagt de werknemer het cv van een van de kandidaten op. De rechtbank acht deze twitter- en mailberichten in strijd met het relatiebeding waaraan werknemer is gehouden. Bij de plaatsing van een kandidaat ontvangt een werving- en selectiebureau een vergoeding van een opdrachtgever en het kandidatenbestand is dan ook van wezenlijk belang voor een dergelijk bureau. Het ligt volgens de rechter dan ook voor de hand dat de ex-werkgever de kandidaten onder het relatiebeding heeft willen brengen. Het feit dat de twitterberichten in alle openheid zijn verstuurd, dat de werknemer en de kandidaat inmiddels tot elkaars vriendenkring zijn gaan behoren en dat de berichten niet hebben geleid tot plaatsing van een van de kandidaten, doet hier volgens de rechtbank niets aan af.

Blijkens de rechtspraak is de context waarin en de wijze waarop de sociale media gebruikt wordt bepalend voor de vraag of er een relatie- of concurrentiebeding overschreden is. Algemeen gebruik van sociale media zal over het algemeen niet snel tot een overtreding van een beding kunnen leiden. Indien er persoonlijk contact wordt onderhouden met een relatie van de ex-werkgever kan dit al anders komen te liggen. In februari 2013 oordeelde de rechtbank Maastricht dat conversaties via sociale media in beginsel moeten worden beschouwd als geschiedende in de privésfeer van de betrokkenen, en dat deze dus vallen onder het grondrecht van vrijheid van meningsuiting, tenzij daaruit duidelijk en ondubbelzinnig voor eenieder een zakelijk karakter blijkt (Rechtbank Maastricht 8 februari 2012, LJN BV3122).

Indien u geconfronteerd wordt met de vraag of uitlatingen in social media tot overtreding van een relatie- of concurrentie beding leiden, staat NeXT Advocaten u graag met advies bij. NeXT Advocaten kan u tevens helpen bij het opstellen van een relatie- of concurrentiebeding dat rekening houdt met de omstandigheden waar een werkgever zich in de huidige tijd mee geconfronteerd kan zien. Hiervoor kunt u contact opnemen met onze arbeidsrecht deskundigen.

Dit bericht is geplaatst op Vrijdag 19 juli 2013 .

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met: